Voorbij het zichtbare

Een vrouwelijk naakt baant zich een weg door het ondiepe water. We zien haar van de rugzijde af. Uit de rechterbenedenhoek komt ze het beeld binnengewandeld. Ze lijkt in een verte te staren met de blik op oneindig. Haar beide handen beroeren het wateroppervlak, dat in golfjes uitdeint. De blanke huid lost op in een wazig, overbelicht wit, terwijl de schaduw van haar tenger lijf donkere vlekken achterlaat. Het schilderij fascineert door het samenspel tussen de anonimiteit van het personage en de monotonie van het water. Het wit van haar vel en het licht dat speelt op de vijver, het zijn zielsverwanten. Het gaat hier niet zozeer om een verhaal. Het is geen filmstill. Veeleer is het de wazigheid, de onbestemdheid, de afstandelijkheid en de vluchtigheid van het moment dat ons raakt en doet stilstaan bij een eerder filosofische mijmering over zowel verlatenheid als verbondenheid. Dit ene beeld vat onze condition humaine samen: de mens staat naakt tegenover de onvoorspelbaarheid van zijn bestaan. “Like a bridge over troubled water”, deze titel zou ik dit werk kunnen meegeven In die zin is het schilderij exemplarisch voor het oeuvre waaraan Frank Kenis consequent timmert.

Zijn werken beogen - in een welbepaalde zin - een grensoverschrijding. Zoals een personage zichzelf opgesloten tegenkomt binnen de kadrering van de shoot, zo ook worden onze levens afgebakend door muren, regels, uiterlijkheden, plichtplegingen, conditioneringen, nationaliteiten, machtscontroles en landsgrenzen. Dat een grens kan beklemmen is zeker een aspect in het werk van Kenis. Maar zijn beeldvorming zet een decisieve stap verder. Zijn idioom brengt tegelijkertijd iets aan het licht dat inzicht verschaft over hoe wij in het leven staan. Het is een bewustzijnstoestand die we kunnen ervaren in momenten van positieve stilte. Stilte is geen gebrek aan iets. Mensen zijn weliswaar veelal doodsbang van stilte, omdat ze ons confronteert met onszelf. Sint Johannes van het Kruis schreef ooit: “Wie iets moet zoeken dat verborgen is, moet in het verborgene doordringen tot de verborgen plaats waar het zich bevindt. Als hij het dan vindt, is hij even verborgen als dat ding.” In de schilderkunst van Kenis wordt op deze wijze iets onthult, waardoor we in onszelf kunnen verdwijnen. Hij schildert niet de dingen zelf, maar het effect dat ze teweegbrengen. De dingen worden in een welbepaalde sfeer ondergedompeld, ze worden niet plastisch geëxpliciteerd, maar ze zinspelen veeleer op een diepere betekenis. In de manuele act van het schilderen zelf voltrekt zich een mentale terugkeer naar de levenservaringen die er toe doen. Zo licht hij een tipje op van de sluier van de werkelijkheid waarin we allen leven. De wereld die we te zien krijgen door zijn ogen is gekenmerkt door afwezigheid, fragiliteit, verdwijnen, kwetsbaarheid, verborgenheid. Doorheen een verscheidenheid aan onderwerpen en thema’s blijft deze artistieke attitude aanhouden, of het nu een verloren kussen betreft op beddengoed, een opgeplooid hemd op een staander, de weerspiegeling van een roeiboot, een vrouw die zich opmaakt of een huis zonder ramen. Het zijn brokstukken die losgerukt zijn uit de eenheid van een levensgeschiedenis en die getransformeerd tot olie op doek plots prototypisch worden voor onze menselijk Dasein. Deze queeste naar een essentie achter de façade leidt ons binnen in een soms dreigende, soms mystieke ruimtelijkheid. De kunstenaar citeert met voorliefde de volgende dichterlijke woorden, die de middeleeuwse gedachte van tijd als 'nunc stans' in herinnering brengt: “Daar is uur noch tijd. Wat nu is, is altijd geweest en wat komen zal, is er reeds.”

Joannes Késenne, PhD, docent kunsttheorie PXL-MAD

 

 

Beyond visibility

 

A naked woman strides in shallow water.  We are looking at her back.  She is walking into the picture moving in from the lower right corner.  She seems to be staring at an infinitely far off spot.  Her hands barely touching the water, make little wavelets on the surface.  The pale skin melts away into a hazy, overexposed whiteness, whereon the shadows of her slender frame leave dark stains.  The way the anonymous character blends into the aqueous monotony makes for a riveting picture.   This paleness of the skin and the light playing upon the lake are soulmates.    No story is being told here.  This is not the frozen image of a movie still.  The fogginess and the lack of definition, the evanescent remoteness of this fleeting instant rather instigate a philosophical musing on both desolation and intimacy.  This one image summarizes our human condition: a human being facing naked the randomness of his existence.  ‘Like a bridge over troubled water’ could be the title of this work.  In this sense the painting occupies a very illustrative position in the body of work Frank Kenis is so consistently labouring at.

In a sharply delineated way his creations focus on crossing borders.  Just as a character meets itself, locked in the frame of the take, our lives too are hemmed in by walls, rules, appearances, formalities, education, nationalities, power structures and country borders.  The oppressiveness of boundaries is certainly very present in Kenis’ oeuvre; still his imaging takes a decisive step forward.   Simultaneously this idiom strengthens our intuition concerning human ways of being in the world.  An awareness we can live through in moments of positive silence.  When all is silent, nothing is lacking, though people can be very much terrified by silence, because it entails a confrontation with oneself.   Saint John of the Cross wrote:  ‘Anyone who has to find a hidden treasure must enter the hiding place secretly, and once he has discovered it, he will also be hidden as the treasure is hidden.’   This way the paintings of Frank Kenis disclose things allowing us to hide within ourselves.  He doesn’t paint the things an sich, but the outcomes they trigger.   Objects are immersed in particular surroundings, whose proper feel they do not in any obvious way uncover, but are helpful to suggest  a deeper meaning.  In the physical act of applying paint a spiritual return to what really matters is taking place.  That is how a corner of the veil shrouding everyday reality is raised.  The world shown us through the artist’s eyes is characterized by absences, brittleness, by things fading away, suggesting vulnerability and concealment.    Staging a wide array of forms and subject matters, it is this creative outlook that continues to enliven his work, whether it is a pillow laying forlorn on some bedding, or a shirt hanging on a stand, whether we glimpse the reflexion of a rowboat , or a woman applying make-up or a windowless house.   Shattered debris snatched from a seemingly solid live story and refashioned into oil on canvas, suddenly turn out to be prototypes of our Dasein.  This quest for a substance behind the facade makes us cross the threshold of an ominous or is it a mystical space.  The artist likes to quote the following poetic words, bringing to mind the medieval concept of time as ‘nunc stans’ : “There is no hour and no time.  What is, has always been and what has to come is already here.”